Home Alles over asbest Asbest, de stille moordenaar
Asbest, de stille moordenaar PDF Afdrukken E-mail

De Nederlandse Overheid verbood in 1993 het gebruik van asbest. De verwachting is dat de stille moordenaar de komende 25 jaar nog 26.000 slachtoffers in Nederland zal maken.

Asbest was ronduit een wondermateriaal; het was gemakkelijk te verwerken, slijt- en trekvast, bestand tegen hitte, olie, zuur en loog en met uitstekende isolerende eigenschappen. Met als gevolg: in een "gewoon" huis in een "gewone" binnenstad kunt u asbest aantreffen als brandwerend materiaal in het trappenhuis, verwerkt in de standpijpen van de waterleiding, de ontluchting van de geiser, de isolatie van de CV-ketel of als bescherming om elektriciteitsdraden. Of gebruikt als vulmiddel in vinyltegels in de keuken of als schimmelwerende laag onder het tapijt. Kortom, een prima materiaal.

Toch is al jaren bekend dat dit wondermateriaal ook een keerzijde heeft. Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen de eerste berichten dat asbest ziekten onder de arbeiders in de industrie kan veroorzaken. Doordat het zeker 15 jaar duurt voordat de ziekte zich manifesteert, erkende de Britse arbeidsinspectie pas in 1929 na een grootscheeps onderzoek asbestose als beroepsziekte. Pas na de Tweede Wereldoorlog onderkende ook Nederland deze door de kleine asbestvezels veroorzaakte longziekte.
Toen waren er ook al aanwijzingen dat asbest ook tumoren van de longcellen en van het buik- en longvlies kon veroorzaken.

Na 1964 komt er meer wetenschappelijk onderzoek op gang naar de tumoren die zich pas 30 jaar na blootstelling aan asbest openbaren. Bij arbeiders en hun huisgenoten van scheepswerf "De Schelde" in Vlissingen werd eind jaren zestig een oorzakelijk verband tussen mesothelioom (long- of buikvlieskanker) en blootstelling aan asbest gevonden.
Uit wetenschappelijk onderzoek komt ook naar voren dat alle soorten asbest schadelijk zijn. Elke blootstelling, hoe gering ook, houdt een zeker risico op kanker in.

De meeste slachtoffers tot nu toe zijn werknemers uit de primaire asbestindustrie. Ook bij de scheepswerven in Vlissingen, Amsterdam en Rotterdam zijn enorme partijen asbest verwerkt.

Maar de Eternit-fabriek in het Overijsselse Goor is de meest beruchte "asbestplaats' in Nederland. Nog steeds moet daar, in de inmiddels tot Hof van Twente omgedoopte gemeente, de bodem worden ontdaan van restanten gestort asbest. In Goor werden decennia lang grote hoeveelheden asbestcement gemaakt als grondstof voor de bekende golfplaten die op honderdduizenden boerenschuren, tuinhuisjes en loodsen terecht zijn gekomen. Het afvalmateriaal werd bij de poort van de fabriek uitgedeeld aan iedereen die het maar wilde komen halen. Nu produceert Eternit in Goor asbestvrije golfplaten, maar bij andere vestigingen van de multinational in bijvoorbeeld Latijns Amerika gaat het asbestgebruik onverminderd voort. Ook Rusland, India en China verwerken nog op grote schaal asbest.

In Nederland is de productie rond 1930 begonnen met een jaarlijkse invoer van 2.000 ton ruwe asbest. Na de Tweede Wereldoorlog vertienvoudigde de invoer tot 20.000 ton per jaar in de periode 1955 - '70. Asbestbuizen, asbestplaatjes, golfplaat, isolatie van leidingen en boilers, in de petrochemische industrie en in elektriciteitscentrales; de Nederlandse industriële wereld raakte ermee vergeven.
De productiepiek ligt tussen 1970 en 1975 als het bedrijf Van Gelder in Wormer asbestvilt gaat maken dat in de toenmalige Novilon-fabrieken in Krommenie onder het zeil werd geplakt. 50.000 Ton asbest vindt dan zijn weg van Zuid-Afrikaanse, Canadese en Russische mijnen naar Nederland. Ook is al die jaren nog eens drie tot vier keer zoveel asbest ingevoerd in de vorm van kant en klare asbestcementproducten.

Door de steeds sterkere stroom van geluiden over de schadelijkheid van asbest neemt het gebruik vanaf 1980 drastisch af. Uiteindelijk wordt pas in 1993 het toepassen van asbesthoudend materiaal in Nederland verboden.