| Verjaringsproblematiek blijft asbestslachtoffers achtervolgen |
|
|
|
| dinsdag, 03 maart 2009 10:30 |
|
Sinds 1992 vraagt het Comité Asbestslachtoffers aandacht voor de problemen die zijn ontstaan door de wijziging in de wetgeving rond de verjaring. Het is al heel lang bekend dat bij de ziekte mesothelioom latentietijden voorkomen van meer dan dertig jaar, het gemiddelde ligt op veertig jaar. Toch presteerde de wetgever het om in 1992 de wettelijke verjaring zodanig te wijzigen dat asbestslachtoffers die pas na meer dan dertig jaar geconfronteerd werden met de gevolgen van het werken met asbest op grond van deze wetswijziging door hun werkgevers met lege handen naar huis konden worden gestuurd. In 2000 heeft de Hoge Raad bepaald dat, onder bepaalde omstandigheden, van deze verjaring mocht worden afgeweken. Deze "bepaalde omstandigheden" zijn nu in heel veel procedures het onderwerp van strijd. Werkgevers en verzekeraars blijven met veel juridisch geweld pogingen ondernemen om onder hun aansprakelijkheid uit te komen. Recent hebben de rechtbanken in Rotterdam en Middelburg uitspraken gedaan die voor de asbestslachtoffers in deze strijd als hoopgevend mogen worden gezien. In een tweede procedure, voor de rechtbank in Middelburg, was de vraag aan de orde of de voormalig werkgever, scheepswef De Schelde, al in 1967 bekend had moeten zijn met de risico's van het werken met asbest. De rechtbank heeft deze vraag beantwoord met een volmondig ja. De rechtbank is in deze zaak van mening dat de werkgever al voor 1967 bekend was met het gevaar van het werken met asbest. De werkgever had op basis van deze kennis maatregelen moeten nemen en heeft dat niet gedaan. Ook in deze procedure is het beroep op de verjaring niet gehonoreerd. Wat deze twee voorbeelden wel aangeven is de onmogelijke situatie waarin asbestslachtoffers door de verjaringsproblematiek steeds weer terecht komen. Er wordt lang geprocedeerd over vragen die voor het slachtoffer zelf absoluut niet relevant zijn. Het slachtoffer wordt ziek lang na de door de wet gestelde 30 jaar en wordt alleen op grond van dit gegeven gedwongen tot een kostbare en langdurige potje juridisch vrij-worstelen. De wetswijziging van 1992 zorgt zowel nu als in de toekomst een onnoemelijk leed. De werknemers die door gebrek aan wetgeving in het verleden aan asbest konden worden blootgesteld worden nu door een overmaat aan wetgeving rechteloos en moeten onnodig belastende procedures volgen om de erkenning te krijgen waar zij recht op hebben.
|
| Mijn moeder kreeg mesothelioom door de werkkleding van mijn vader |
Mijn moeder, Annie Strijbosch - van Oorschot overleed op 14 juli 2002 aan de gevolgen van mesothelioom. Haar enige blootstelling aan asbest was via de werkkleding van mijn vader. |
| Lees meer... |