Volgens het Nederlands recht heeft de rechter de plicht om conform het geldende recht en de opvattingen van de Hoge Raad bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld rekening te houden met de concrete omstandigheden van de zaak en de hoogte van het smartengeld in soortgelijke zaken. Het overnemen van het normbedrag dat gehanteerd wordt door het Instituut Asbestslachtoffers is met deze regel in strijd.
In het vonnis van 23 augustus 2010 heeft de kantonrechter eerder toegekende smartengeldvergoedingen in soortgelijke rechtszaken als uitgangspunt genomen. Vervolgens heeft hij de persoonlijke omstandigheden van het asbestslachtoffer in de verschillende zaken vergeleken. Dit heeft geresulteerd in de toekenning van een smartengeldvergoeding van 60.000 euro (normbedrag Instituut Asbestslachtoffers 51.395 euro).
Het vonnis van 23 augustus toont aan dat het normbedrag aan smartengeld, dat het Instituut Asbestslachtoffers sinds 2000 hanteert, niet meer passend is en verhoogd moet worden. Het Comité Asbestslachtoffers zal daarom binnen de Raad van Toezicht en Advies van het Instituut een voorstel tot aanpassing indienen.