De Rechtbank in Rotterdam heeft in september de nabestaanden van de heer Verheij uit Oud Beijerland in het gelijk gesteld. De Rechter heeft bepaald dat de werkgever van Verheij in de jaren 50 beschermingsmaatregelen had moeten treffen om de toen bekende gezondheidsrisico's (asbestose en longkanker) van het werken met asbest te voorkomen.
De heer Verheij heeft van 1952 tot 1964 als bankwerker gewerkt op de scheepswerf van RDM. In januari 2008 werd bij hem, als gevolg van de asbestblootstelling tijdens zijn werkzaamheden bij RDM, de ziekte mesothelioom geconstateerd. In juni 2008 is de heer Verheij aan de gevolgen van deze ziekte overleden.
De heer Verheij heeft zijn voormalig werkgever aansprakelijk gesteld voor de dodelijke asbestziekte die hij door het uitvoeren van zijn werkzaamheden heeft opgelopen. De verzekeraar van RDM - Allianz - betwistte de aansprakelijkheid op grond van de mening dat in de jaren 50 nog niet algemeen bekend was dat blootstelling aan asbest ook mesothelioom kon veroorzaken.
De Rechtbank heeft nu geoordeeld dat RDM haar werknemers op een afdoende manier had moeten beschermen om de toen bekende risico's van asbest (asbestose en longkanker) te voorkomen. Omdat deze beschermingsmaatregelen niet genomen zijn is RDM nu ook aansprakelijk voor de toen nog het onbekende risico van mesothelioom.
Het Comité Asbestslachtoffers is blij met deze uitspraak. We mogen immers aannemen dat wanneer werkgevers massaal in de jaren 50 voorzorgsmaatregelen hadden genomen om hun werknemers te beschermen tegen de toen bekende risico's van asbest heel veel asbestslachtoffers voorkomen hadden kunnen worden.