De heer Copier kiest in eerste instantie voor bemiddeling via het
Instituut Asbestslachtoffers maar deze bemiddeling loopt uit op een
fiasco. De heer Copier weet geen namen meer van oud-collega's waar hij
die drie maanden mee heeft gewerkt en daarmee was het voor het
Instituut Asbestslachtoffers een kansloze zaak.
Via het Comité Asbestslachtoffers is de heer Copier in contact gekomen
met mr. R.F. Ruers. Bij gebrek aan namen van oud-collega's is Ruers
gaan zoeken in zijn archief naar getuigenverklaringen van (oud)
werknemers van Wilton Fijenoord uit dezelfde periode die zijn afgelegd
in eerdere procedures tegen deze scheepswerf. En dat zijn er inmiddels
veel.
Deze getuigenverklaringen vormden de basis van het dossier dat aan de
Rechtbank in Rotterdam is voorgelegd. De Rechtbank heeft deze
getuigenverklaringen als bewijs geaccepteerd. Deze primeur is niet
alleen voor de heer Copier een overwinning maar is ook voor andere
asbestslachtoffers van groot belang.
Het Comité Asbestslachtoffers is blij met deze uitspraak. Nogmaals is
aangetoond dat de bemiddelingsprocedure via het Instituut
Asbestslachtoffers niet de beste keuze is voor asbestslachtoffers.
Daarnaast wordt opnieuw pijnlijk duidelijk hoe de enorme juridische
lijdensweg voor asbestslachtoffers door de werkgevers in stand wordt
gehouden. De vele getuigenverklaringen die zijn gebruikt zijn afkomstig
uit procedures van andere asbestslachtoffers van Wilton Fijenoord. De
verklaringen tonen aan dat overal op de scheepswerf het risico van asbestbesmetting aanwezig was.
Keer op keer wordt Wilton Fijenoord veroordeeld tot het betalen van
schadevergoeding aan de slachtoffers. Het Comité Asbestslachtoffers
heeft dan nu ook een oproep gedaan aan de huidige eigenaar van de
scheepswerf om te stoppen met deze frustrerende juridische
strijd. Wilton Fijenoord moet zijn verantwoording nemen voor de keuzes
die in het verleden bewust zijn gemaakt. Erkenning van de vele
asbestslachtoffers die zijn gemaakt is dan ook de enige fatsoenlijke stap.
Tinka de Bruin
lees ook het bericht in "De Telegraaf" van 22 februari.